Octaaf
Een octaaf is het interval tussen twee noten die twaalf halve tonen uit elkaar liggen, zoals een C en de eerstvolgende C erboven, waarbij de hogere noot met precies twee keer de frequentie van de lagere trilt.
Hoe ziet een octaaf eruit bij echte noten?
Tel op een piano vanaf een willekeurige C twaalf toetsen omhoog, zwart en wit samen, en je komt uit op de volgende C. Dat is één octaaf.
Bij elke stap verdubbelt de frequentie. De A waarop orkesten meestal stemmen, A4, is 440 Hz. De A een octaaf hoger, A5, is 880 Hz. De A een octaaf lager, A3, is 220 Hz.
Op een gitaar speelt de 12e fret van elke snaar dezelfde noot als de losse snaar, één octaaf hoger, omdat je daar de trillende lengte van de snaar halveert.
De cijfers achter nootnamen tellen octaven. In het meest gebruikte systeem is de middelste C C4, en elk nieuw cijfer begint bij C: B3 is de noot direct onder C4.
Hoe klinkt een octaaf?
Als dezelfde noot, hoger of lager. De twee noten versmelten zo volledig dat je ze makkelijk voor één noot aanziet, en daarom geeft de muziek ze dezelfde letternaam. Als mannen en vrouwen ‘samen’ een melodie zingen, zitten ze vaak een octaaf uit elkaar zonder het te merken.
Daarom zijn twaalf nootnamen ook genoeg: na B beginnen de namen weer bij C, een octaaf hoger.
Waarom heet het een octaaf als er twaalf noten in zitten?
Omdat de naam letternamen telt, geen halve tonen. Loop de toonladder van C majeur omhoog, C–D–E–F–G–A–B–C, en de tweede C is de achtste noot, beide uiteinden meegeteld. Octaaf komt van het Latijnse woord voor achtste.
Daartussen liggen twaalf halve tonen. Beide tellingen kloppen; ze meten iets anders. Ze door elkaar halen is de meest gemaakte vergissing bij het rekenen met intervallen, en het is de reden dat een none een secunde plus een octaaf is, en geen terts.
Probeer het zelf: bij Noten en halve tonen tel je halve tonen op het klavier, het octaaf inbegrepen. Hoe je elk octaaf van een noot op de gitaar vindt, lees je in De greepplank uit je hoofd leren.