Parallelle mineur
De parallelle mineur van een majeurtoonsoort is de mineurtoonsoort die precies dezelfde noten en dezelfde voortekening gebruikt, met haar tonica drie halve tonen onder de tonica van de majeurtoonsoort.
Hoe vind je de parallelle mineur?
Tel drie halve tonen omlaag vanaf de tonica van de majeurtoonsoort. Of ga omhoog naar de zesde noot van de majeurtoonladder; die komt op dezelfde letternaam uit. Je hoort de parallelle mineur ook wel de relatieve mineur noemen, naar het Engelse relative minor.
| Majeurtoonsoort | Drie halve tonen omlaag | Parallelle mineur | Gedeelde voortekening |
|---|---|---|---|
| C majeur | C → B → Bes → A | A mineur | geen kruisen of mollen |
| G majeur | G → Fis → F → E | E mineur | Fis |
| F majeur | F → E → Es → D | D mineur | Bes |
Het werkt ook andersom: C majeur is de parallelle majeur van A mineur.
Hoe houd je de twee toonsoorten uit elkaar?
Niet aan de noten, want die zijn hetzelfde. C majeur en A mineur gebruiken allebei C D E F G A B. Het verschil is welke noot de muziek als thuis behandelt: een nummer dat steeds tot rust komt op C staat in C majeur, en een nummer dat tot rust komt op A staat in A mineur.
Een praktische aanwijzing: een mineurtoonsoort verhoogt meestal haar zevende noot, zodat haar dominantakkoord een leidtoon krijgt. In A mineur is dat Gis, dus een Gis die steeds weer opduikt in muziek zonder voortekening wijst eerder op A mineur dan op C majeur.
Waarmee wordt hij verward?
Met de gelijknamige mineur, die de tonica deelt in plaats van de noten. De gelijknamige mineur van C majeur is C mineur, met drie mollen. Let op bij Engelse bronnen: wat daar parallel minor heet, is juist deze gelijknamige mineur, niet de Nederlandse parallelle mineur. C majeur en A mineur klinken als buren; C majeur en C mineur klinken als dezelfde plek in een ander licht.
Probeer het zelf: de les over toonladders bouwt beide toonladders uit dezelfde zeven noten, en de mineurtoonsoort laat zien waar de Gis vandaan komt.